Maak kennis met Billy, Ruud en Wesley, Riky, Martin, Theo en de vrijwilligers van De Sfinx

Zij zetten op ’t Gelders Eiland, in hun vrije tijd, hun schouders onder verschillende mooie projecten, initiatieven en verenigingen. Dat doen ze op eigen kracht, omdat ze er plezier in hebben en er wat mee kunnen betekenen voor een ander. We presenteren ze hier kort.

“De Herac is zoveel meer dan een dorpswinkel”
De dorpswinkel Herwen in het Gelderse dorpje Herwen wordt door en voor het dorp gerund: dorpsbewoners hebben het gebouw neergezet, runnen de winkel, bepalen samen het assortiment en zijn de klanten. De Herwenaren hebben er als moderne Galliërs voor gestreden, met Joop Besselink in de rol van lokale Asterix. Of zoals Theo Hugen, de huidige voorzitter van het stichtingsbestuur van de winkel, het zegt: “Als Joop zich er niet als een pitbull in had vastgebeten, was de Herac er nooit gekomen!” Herac is inmiddels het kloppend hart van het dorp. Theo: “Er zitten altijd mensen buiten met een kop koffie en jongeren maken gebruik van onze Wifi. Daarnaast ‘bankieren’ we hier: mensen kunnen wat geld bij pinnen als ze iets kopen. Dat is vooral voor ouderen heel prettig. De winkel haalde landelijke kranten, Hart van Nederland en zelfs het Belgisch journaal!”

“Betrek jeugd van jongs af aan bij het verenigingsleven”
Ruud en Wesley Ariessen zetten zich in voor het behoud van tradities en reuring in Spijk. Het zijn bekende gezichten in het Spijkse verenigingsleven. Ruud is dertig jaar lang in zo’n beetje iedere vereniging als vrijwilliger actief geweest, waardoor zijn zoon Wesley de betrokkenheid met de paplepel kreeg ingegoten. “Het is belangrijk dat je de jeugd er van jongs af aan bij betrekt. Neem ze niet als twintigers pas mee in het verenigingsleven.” Ruud heeft, door de ziekte van zijn vrouw, zijn activiteiten teruggeschroefd. Zijn 28-jarige zoon Wesley neemt het stokje met overtuiging over. Als kind ging hij voortdurend met zijn vader op pad. “Ik deed altijd al van alles, maar zonder formele functie. Nu ben ik bij de Oranjevereniging ook als bestuurslid actief. Samen met anderen zet ik de schouders eronder.” Wesley heeft veel aan de ervaring van zijn vader: “Hij kijkt wat over mijn schouder mee, dat is heel prettig. Ik hoef niet steeds alle wielen opnieuw uit te vinden.” Ruud: “Ik vind het belangrijk dat er reuring blijft en vind het echt fantastisch dat mensen zich voor Spijk blijven inzetten.”

“Ik wil anderen meenemen in mijn enthousiasme!”
Billy Buganyira woont sinds 2006 in Pannerden. Daar is hij al jaren actief voor de plaatselijke voetbaltrots en binnen het kerkleven. Billy is een graag geziene inwoner. Hij neemt namelijk, waar hij ook gaat, een enorme dosis energie, positiviteit en enthousiasme mee. Zo vanzelfsprekend is dat allemaal niet. In 2004 moest Billy vanwege zijn politieke ideeën en activiteiten, vluchten uit zijn geboorteland Burundi. Hij verbleef een kleine twee jaar in buurland Tanzania, waar hij geneeskunde studeerde. In 2006 werd hij uitgenodigd naar Nederland te komen, waar hij met zijn vrouw Louise en zijn gezin uiteindelijk in Pannerden terechtkwam. Het was een behoorlijke cultuurshock. Toch konden Billy en zijn gezin snel aarden in Pannerden. Hij wilde onderdeel worden van de gemeenschap. Zijn grote passie voor zang hielp hem daarbij. “Ik heb van 2006 tot en met 2014 in het kerkkoor gezongen. Nu doe ik nog allerlei werk voor de kerk, zoals het rondbrengen van programmablaadjes. Daarnaast ging mijn zoon voetballen bij RKPSC, dat ging perfect. Toen werd ik als trainer gevraagd. Dat vond ik leuk om te doen. Inmiddels ben ik met mijn team al twee keer kampioen geworden!”

“Mensen op ‘t Gelders Eiland kunnen zoveel voor elkaar betekenen!”
Martin Hubers was jarenlang directeur van voorzieningen voor mensen met een beperking. Vaak genoeg zag hij hoe het niet moest. Mensen moesten toch meer kunnen doen dan alleen wandelen, koffiedrinken en zwemmen? Martin begon voor zichzelf en adviseert sociale werkplaatsen en bedrijven over de hele wereld over het inpassen van mensen met een beperking. Dichterbij huis werkt hij aan Mien Eiland. “Ik wil mensen op ’t Gelders Eiland laagdrempelig met elkaar verbinden. Op basis van hun passies en talenten.” Het idee voor Mien Eiland ontstond letterlijk dichtbij huis. Martin: “Bij voetbalvereniging DCS werken ook mensen met een arbeidshandicap. Zij hadden net het certificaat Bosmaaien gehaald. Een paar uur later zat ik bij Stichting Carvum Novum. Die spraken over hoe ze fietspaden vrij konden houden van groenafval en onkruid. Toen dacht ik: tja, die mannen bij DCS hebben net dat certificaat gehaald, vraag hen dan!” De radartjes in Martins’ hoofd waren in gang gezet. “Als je uitgaat van dingen die mensen leuk vinden, zijn er zoveel verbindingen te leggen! Het idee is om met al die talenten op ‘t Gelders Eiland de dorpen te overstijgen en doorkruisen. Zodat we elkaar vast blijven houden, niet in één dorp, maar als gemeenschap. Daar zet ik me graag voor in!”

“Dit is een ontmoetingsplek, waar kinderen nog echt naartoe komen!”
Jongerencentrum de Sfinx in Lobith bestond in 2018 20 jaar. Al die tijd hebben sociaal werkers samen met de jongeren gewerkt aan een aanbod van leuke en zinvolle activiteiten. Jongeren als Mandy, Mischa, Wouter en Noortje die zich in hun vrije tijd belangeloos voor de kinderen en jongeren in de regio inzetten. Ze vinden het belangrijk dat de Sfinx er is. Noortje; “Ik heb soms het gevoel dat kinderen zoveel binnen zijn, achter de computer zitten en gamen. Dit is tenminste een ontmoetingsplek waar kinderen nog echt komen. En elkaar zien.” In de Sfinx komen de tieners en jongeren zelf met ideeën, waarna ze samen met de sociaal werkers en vrijwilligers een programma maken, dat ze mee helpen voorbereiden en uitvoeren. Wouter: “We wonen in een dorp dus er is ook niet veel te doen. Dit is een mooie plek om met je vrienden en vriendinnen leuke dingen te doen.” Noortje: “De Sfinx bestaat niet alleen 20 jaar, maar moet ook blijven, als je dat maar in het stuk zet!”

 “Senioren kunnen veel meer dan ze denken!”
Riky van Hummel woont 38 jaar in Aerdt en was daar tot haar pensioen actief als fysiotherapeut. Nog nooit had ze subsidie aangevraagd. Totdat ze haar plan, ‘Bewegen voor ouderen’ vanuit haar expertise als fysiotherapeut, wilde gaan uitvoeren. “Bij mij mogen de senioren zichzelf niet ondersteunen bij het opstaan, dan verslappen de beenspieren te snel en belanden ze, eerder dan nodig, in een rolstoel. Tijdens ‘Bewegen voor senioren’ starten we zittend op de stoel om de gewrichten los te maken. Dan doen we het eerste half uur spierversterkende en balansoefeningen in het staan en tijdens het lopen. Het laatste half uur spelen we een balspel of badminton. We begonnen met acht leden, dat aantal is in een half jaar tijd verdubbeld. De deelnemers hebben echt een ander niveau dan bij de start en gebruiken steeds minder vaak hun stoel. Dat is best bijzonder, want ze worden wel gewoon ouder. Ze ontdekken hier dat ze veel meer kunnen dan ze denken.”